zondag, mei 11, 2014

Dag 66 'Baas van mijn gedachten'.

Wanneer een gedachte in mijn hoofd
 komt kan het zomaar zo zijn
dat ik dissocieer...
Wanneer een gedachte in me opkomt, ken ik die meestal het label: ‘mijn gedachte toe’. Ik ben me bewust van dit mechanisme. Ik heb de keuze gemaakt dat ik op mijn gedachte kan reflecteren. Ik definieer hem als ‘een gedachte die door mijn hoofd gaat’. Ik bemerk dat ik inmiddels redelijk bedreven ben in het bestuderen van mijn gedachtes. Ik ben in staat om op te merken wanneer een gedachte arriveert in mijn hoofd. Zo ook gisteren. Ik had een mondeling sollicitatiegesprek. Spontaan ontstaan. In een gesprek binnen een conferentiecentrum. 

Mijn gesprekspartner verteld me dat men hier op zoek is naar een keukenmanager. Die de capaciteit bezit om lunchmaaltijden te bereiden voor 600 personen. In het verleden heb ik in deze richting werkervaring opgedaan. Voor de invulling van deze vacature is een echtpaar verantwoordelijk. Na onze lunch benadert mijn gesprekspartner hen. Zij zijn ook aanwezig in de eetzaal. Ik observeer hun lichaamstaal.  

Nadat ik me aan hen voorgesteld heb observeer ik hun oogbewegingen. Kort vertel ik ook snel over mijn marinetijd. De eerste gedachte die in me opkomt na observatie en interpretatie: ze twijfelen. Gelijktijdig  maak ik óók oogcontact met de vrouw. En ja hoor - ik merk dat ik dissocieer. In de verte hoor ik haar. Ik zie haar met een wazige blik iets zeggen. 'Oooh je was bij de marine'.... bouten in het eten. Omdat ik haar niet versta verzoek ik om wat ze zegt te herhalen. Waarop zij haar woorden: 'Oooh bouten in het eten herhaald. Volgens haar werd deze uitdrukking vroeger in een reclamespot over de marine gebruikt. Vervolgens mengt haar man zich met lichte irritatie in onze uitwisseling: 'maar dat is al wel heeeel lang geleden.

Inmiddels was ik al ver weg. Verdwenen en afgescheiden van het contact met hen. En van mijn gesprekspartner die naast me staat. Nadat we kort uitwisselen komen we al snel tot de conclusie dat ze de voorkeur hebben voor een andere kandidaat. Al tijdens het uitwisselen van oogcontact en na mijn interpretatie ben ik me ervan bewust dat ik dissocieer. Ik veroordeel mijn gedachten niet. 

Ik vergeef mezelf toegstaan en aanvaard te hebben dat mijn gedachte - na observatie en interpretatie - 'ze twijfelen' - waardoor ik dissocieer - mij niet ondersteunt in wie ik werkelijk ben. Ik interpreteer hun lichaamstaal als afwijzing van mijn capaciteiten. Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik door mijn eigen interpretatie mezelf als - wie ik in wezen ben - geschikt om deze toko door werkervaring opgedane kennis makkelijk kan runnen - 'ondermijn'. Ik aanvaard dat ik niet goed voorbbereid was op dit spontane gesprek.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik door oogcontact disscocieer. Onbewust hangt aan oogcontact de consequentie dat ik het contact met mijn gesprekspartner verlies. In dit geval een dominant aanwezige vrouw waarmee ik vanuit mijn oogcontact maken interpretatie dissocieer. Ik wijs mezelf af door mijn interpretatie. Hierdoor ga ik gesprekken met anderen uit de weg en wil me eigenlijk het liefst in mezelf terugtrekken. Ik aanvaard dat ik zelf verantwoordelijk ben voor mijn dissociatie en veroordeel dit niet. Ik benader mijn leermoment zonder oordeel. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen