zaterdag, november 22, 2014

Dag 198 Egocentrisme versus opvoeding.


In een gesprek met mijn partner bespreken we een artikel waarin beschreven staat dat egocentrisme bij kinderen in de leeftijdsfase van 09 - 12 over gaat naar sociaal gedrag. Dat kinderen in deze fase leren reflecteren op eigen gedrag en dit vergelijken met de situatie waarin zij leven of met dat van hun speelvriendjes. 

Het materiaal om mee te vergelijking wordt aangereikt uit de waarden en normen die ouders en opvoeders / het systeem vanuit het startpunt dat sociaal wenselijk het kind inzicht aanreikt zoals systeem conventies voorschrijft. 
Iets buiten jezelf bepaalt dus in feite hoe wenselijk gedrag gemeten wordt. Via de ouders die tot nu hun grote voorbeeld zijn geweest en hun normen en waarden overdragen, zijn nu de leeftijd- en speelgenoten belangrijker geworden. 

Zo'n groep bestaande uit leeftijdgenoten, noemen we een peergroep. Dit kan de klas zijn, maar ook een vriendengroep of een sportgroep. Het kind wil in de groep geaccepteerd worden en dus voldoen aan de groepsnormen. Tegelijkertijd wil het zich aantrekkelijk maken door zich te onderscheiden van de anderen. Dit gebeurt onder andere door het dragen van bepaalde kleding, een apart soort verzameling of uitblinken op sportief gebied. Maar de kinderen hebben hun voorbeelden die ze vanuit egocentrisme leven geobserveerd van hun opvoeders. Dus wat is dan Zelfoprecht?

In deze periode ontwikkelen kinderen dus echte vriendschappen. Ze hebben elkaar nodig en geven elkaar raad en troost. Meisjes vertonen deze intimiteit sterker dan jongens. Maar wat is het eigenlijke startpunt van Zelfoprecht zijn vraag ik me af?


Tijdens het gesprek met mijn Buddy (zie blog 197) bespreek ik dat mijn gedachten / herinneringen in Hier zijn die nu aanleiding vormen om te onderzoeken. Wat het startpunt van de ander A is die iets over zijn persoonlijke pijn verteld - iets over zijn proces - dat deze terug gereduceerd wordt tot een klinische ingreep en het doel van de ander - B - hierin - de ander dus - centraal staat. De ander zoals ik beschrijf in de vergelijking die mensen krijgen uit opvoeding vanuit systeem voorschrift. 

Ik ervaar dit alsof de bereidheid om elkaar onvoorwaardelijk te steunen afwezig is want er bestaat nog onduidelijkheid over elkaars bijdrage. Ik sta niet langer centraal in dit gesprek waarin ook ik graag richting wil geven, omdat ook ik in de veronderstelling ben dat mijn startpunt beter aansluit bij dit van A, dus van een ander. Ik ben verantwoordelijk voor mijn mind en mijn zelfreflectie op mezelf. 

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik de inzet van een ander veroordeel en afmeet aan mijn eigen belang.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat het belang van een ander haar of zijn eigen verantwoordelijkheid voor onderzoek.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat mijn richting nooit richting bepalend is voor het proces van een ander.

Ik realiseer me dat de voorbeelden van mij van mezelf zijn die ik observatie heb overgenomen. 

Ik realiseer me ook dat ik eerst mijn eigen mind zal onderzoeken alvorens ik dit als startpunt aan een ander kan voorleven. 

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben de gedachte dat mijn startpunt beter aansluit bij een ander.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik denk dat mijn startpunt ook maar enigszins kan aansluiten bij dat van een ander terwijl ik zelf nog volop vanuit mijn mind beweeg.

Ik realiseer me door Zelfvergeving toe te passen op mijn reacties die ik uitspreek vanuit mijn mind - gevoelens, emoties en gedachten, ik verantwoordelijk ben voor mijn proces waarvoor ik zelf kies.

Ik realiseer me dat anderen die dit proces niet wandelen handelen vanuit hun eigen startpunt dat voor mij  niet mag dienen als ijkpunt waaraan ik afmeet dat mijn startpunt beter aansluit bij dit van een ander. Ieder ander bepaalt wat het beste is voor zichzelf. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen